0314 848080 info@gewoonlaurens.nl
Durf ik nog ‘te zijn’?

“Luister naar je hart en weet dat het enige wat je te doen staat, is: ‘zijn’.”

Dit schreven mijn lieve ouders op een kaart die ze mij in 2012 gaven. Woorden die ik in mijn hart sloot en waarvan ik vond en vind dat ze zo ontzettend waar zijn. Maar…

Nadat afgelopen weekend twee jongens in Arnhem mishandeld zijn omdat ze ‘zijn’, heb ik veel aan deze woorden van mijn ouders moeten denken. Gewoonweg omdat ik eigenlijk sinds het moment dat ik op mijn 19e ‘uit de kast kwam’ niet het gevoel heb dat ik kan en mág ‘zijn’. 

Eigenlijk voert het nog verder. Vroeger had ik als kind al niet het gevoel dat ik er mocht zijn. Ja, ik mocht er zijn als ik meeliep met de grote meute, als ik deed wat ‘hoorde’ en zolang ik maar niet afweek van de standaard. Maar afwijken van de standaard deed ik blijkbaar wel. Ik denk nog vaak terug aan de scheldkanonnades die mij in mijn pubertijd ten deel vielen. Ik weet nog goed hoe ik ben gekwetst, bedreigd, beledigd, bespuugd en gekleineerd omdat ik niet het stoere jongetje was dat ik van de goegemeente moest zijn. Ik sloot mezelf soms weken op in huis, bang om naar buiten te gaan. Bang om gekwetst, bedreigd, beledigd, bespuugd en gekleineerd te worden. 

Ik begreep nooit waarom dat gebeurde, want ‘ik ben toch niet écht een homo?’, dacht ik altijd. Tot ik langzaam maar zeker ontdekte dat ik op jongens val; iedereen die mij  kwetste, bedreigde, beledigde, bespuugde en kleineerde had blijkbaar al lang door wat ik zelf op dat moment helemaal niet wist. En blijkbaar gaf mijn seksuele voorkeur mensen het recht om te kwetsen, bedreigen, beledigen, bespugen en te kleineren. Het moest dan toch ook wel heel erg fout zijn dat ik homo ben…althans, zo voelde dat voor mij. 

Een aantal jaren drukte ik dat gevoel dan ook keihard weg; ik wilde niet zo zijn…ik wilde ‘normaal’ zijn. Het kost me nu, zoveel jaren later, zo ontzettend veel moeite om deze woorden op te schrijven. Ergens diep van binnen zit er nog steeds dat stemmetje dat deze woorden tegen me spreekt. 

Gelukkig overkwam mij op mijn negentiende iets moois: ik werd ontzettend verliefd op een jongen, op J. Dat gevoel was zo intens, zo echt, zo puur dat ik zeker wist dat dit niet fout kon zijn. Ik mocht dit van mezelf voelen en daardoor durfde ik voor mezelf eindelijk te accepteren dat ik ben wie ik ben. Ik stond mezelf toe om ‘te zijn’. 

Nu betekende dit niet automatisch dat ik het gevoel (of beter: het vertrouwen) had dat de buitenwereld daar ook zo over zou denken. J en ik liepen nooit hand-in-hand, ik kuste J zelden op straat. Dit tot grote ergernis van mijn toenmalige vriend. Ik had daar echter wel gegronde redenen voor, vond ik: “We moeten de boel niet provoceren,” zei ik dan. Zo heb ik dat jaren gevoeld en ik heb me daar jaren naar gedragen. En als ik eerlijk ben, doe ik dat nu nog. Eigenlijk elke dag. 

Een paar dagen per jaar voel ik me niet provocerend als ik openlijk genegenheid aan een man laat zien: op roze maandag, op roze woensdag, op roze zaterdag en tijdens de Gay Pride. Vaak denk ik dan: kon het elke dag maar zo zijn. En ook al vind ik dat elke dag zo zou móeten zijn, het is niet zo.  Altijd denk ik nog: ik ga niet provoceren. Ik wil niet nageroepen, uitgescholden, bespuugd, geschopt of geslagen worden, dus ‘doe ik maar normaal’. 

We pretenderen een tolerant land te zijn. Wanneer je ‘tolerant’ opzoekt in de Van Dale staat daar: “verdraagzaam”. “Verdraagzaam” betekent dan weer dat je “bereid bent om andersdenkenden te verdragen”. Het klinkt als een soort van ‘gedoogbeleid’ als je het mij vraagt. Ergens denk ik dan ook dat, in deze context, het woord ‘tolerant’ op zijn plaats is: we staan het (oogluikend) toe, maar laten we alsjeblieft wel gewoon normaal blijven doen. Iets als: “Ik heb geen problemen met homo’s, maar ik hoef het niet te zien”. Is dat niet zoiets als ‘doen alsof het er niet is’? Het mag blijkbaar niet zichtbaar zijn. Tolereren vs accepteren en respecteren.

Als docent op een middelbare school (in Arnhem) probeer ik mijn leerlingen juist te laten zien en merken dat het prima is om ‘te zijn’. Dat je mag voelen wat je voelt, voor wie je dat voelt. Ik hoop deze nieuwe generatie mee te geven dat het niet ter zake doet of je homo, hetero, biseksueel of transgender bent. Jij mag er zijn! 

Ik hoor van leerlingen terug dat ik hun beeld naar de LHBT-gemeenschap een beetje heb kunnen veranderen. Een van mijn leerlingen, E, vertelde mij dat het voor hem makkelijker was om uit de kast te komen, omdat ik er was. Wat een mooi compliment en wat was het fijn te kunnen concluderen dat ‘mijn missie geslaagd was’: ik heb E blijkbaar kunnen laten zien dat prima is om homo te zijn en dat was alles wat ik wilde. 

Maar was dit stiekem niet gewoon alleen maar mijn eigen perceptie? Is het in deze maatschappij, in ons land, wel écht prima om niet-hetero te zijn? Ik begin daar nu steeds meer aan te twijfelen en deze twijfel maakt me bang. 

Als ik nu voor de klas sta, durf ik niet meer zo luchtig te doen over ‘uit de kast komen’. Ik voel steeds meer en meer mijn eigen kwetsbaarheid als homoseksueel. Ik voel me ’s avonds in het uitgaansleven regelmatig niet veilig en ik voel en hoor steeds meer vijandigheid om me heen. 

Is het nog verantwoord om mijn leerlingen te laten weten dat je veilig uit de kast kunt komen? Heb ik E (en anderen) niet een beeld geschetst dat niet klopt?

In de gang op school, op straat, ik lees nare berichten op sociale media (hoewel ik me tegelijkertijd afvraag hoe ‘sociaal’ deze media nu eigenlijk zijn) en zo langzaam maar zeker kom ik terug in het gevoel van dat vijftienjarige jongetje dat ik ooit was. Dat jongetje dat gekwetst, bedreigd, beledigd, bespuugd en gekleineerd werd; ik ben wederom ontzettend op mijn hoede. 

Ligt het aan mij dat dit zo voelt? Beeld ik het me in of verhard de maatschappij zodanig dat elke vorm van ‘anders zijn dan de norm’ (wat deze norm dan ook moge zijn) minder geaccepteerd wordt?

Ik kan en wil niet accepteren en zeer zeker niet tolereren dat dit zo is. Het mag niet zo zijn dat het niet meer oké is om ‘te zijn’, te voelen en te leven naar je hart. 

Aanstaande zaterdag, 8 april, wordt in Arnhem, op het Gele Rijdersplein een ‘hand-in-hand manifestatie” gehouden. Ik ben nooit een groot fan geweest van dit soort acties, maar ik voel aan alles dat ik hier naartoe moet gaan. Dat ik moet laten horen dat ik de verharding waar ik net over schreef niet kan accepteren en ik vind vooral dat ik moet laten horen dat het fundamenteel fout is om iemand aan te tasten in zijn of haar ‘zijn’. 

Graag sluit ik af met de woorden waarmee ik begon. Ik zit nu in de trein naar mijn werk in Arnhem en ik moet mijn best doen om mijn tranen binnen  te houden. Ik heb de grote wens dat de prachtige woorden van mijn evenzo prachtige ouders uitstralen naar jullie allen. Lees ze, voel ze en weet dat dit is waarom ik zaterdag 8 april om 17:00 uur in Arnhem hand-in-hand ga. Omdat ik wil dat het voor iedereen goed en veilig voelt om te kunnen handelen naar deze prachtige woorden:

“Luister naar je hart en weet dat het enige wat je te doen staat, is: ‘zijn’.

Liefs,

Lau