0314 848080 info@gewoonlaurens.nl

Ik plaatste de afgelopen week zo’n Pinterest-plaatje met een tekst op Facebook en Instagram. Je kent ze vast wel: van die net iets te zware teksten waarbij je, als je ze leest, maar hoopt dat het niet over jou gaat. Ik heb een enorme hekel aan dit soort dubbelzinnige berichten; ze maken me vaak erg onzeker als ik ze lees bij anderen. Maar waarom plaats ik zoiets dan zelf? Had ik er dan zelf ook een inhoudelijke bedoeling mee? Nee! Ik wilde enkel het onderwerp van mijn tweede blog aankondigen; jou als mijn Facebookvriend of Instagramvolger nieuwsgierig maken naar wat er achter dit plaatje schuilgaat. 

Ik kreeg dit bewuste plaatje een paar maanden geleden van een vriendin. Het zette me echter op een andere manier aan het denken dan haar bedoeling was. Dat ik deze tekst ooit wilde gebruiken voor een blog, was me al snel duidelijk. Ik had alleen geen idee ‘hoe’. Tot ik van de week in mijn geliefde Albert Heijn liep.

Ik liep te stuntelen met mijn mandje, want tja… met één functionerende arm een mandje vasthouden en dan ook nog boodschappen uit de schappen halen én deze op enigszins flatteuze wijze in datzelfde mandje laten vallen, is een hele kunst. Een mevrouw van middelbare leeftijd aanschouwde mijn gestuntel en ze bleef vervolgens gebiologeerd staren naar mijn spastische linkerarm. Vervolgens komt haar man aangelopen en op dat moment maken de vrouw en ik even oogcontact, Kort, maar toch… Ze keek betrapt, maar ze herpakte zich, lachte lief en liep met haar man vrolijk verder.

Toen ik later bij de appelmoes stond te kijken (want een keuze maken tussen Hak light, Hak 100% puur, Hak biologisch of de ‘standaard’ appelmoes is voor deze appelmoes-addict geen eenvoudige opgave), dook ditzelfde echtpaar weer op; ze zijn fluisterend in gesprek. Ik hoor ze praten over mij. Over liever gezegd: over mijn handicap (wat een kutwoord!). Ik hoor ze fluisteren over “die gekke arm” en “wat er met hem is”. Het liefst loop ik nu naar deze mensen toe om ze vriendelijk aan te spreken en te vragen of… ja wat eigenlijk? Helaas durf ik dit niet. Ik plaats van naar deze mensen toe te lopen, voel ik een gigantische steek in mijn hart en ik loop gekwetst weg. Zoals ik dat eigenlijk dagelijks doe als ik mensen voel kijken of achter mijn rug hoor praten over mijn beperking (een ander woord deze keer, maar het blijft een kutwoord!).

Schreef ik nou zojuist “dagelijks”? Ja, dat schreef ik zeker. Waar ik ook ga, waar ik ook sta (is dat niet uit een liedje?) word ik ermee geconfronteerd dat er achter mijn rug om over mijn beperking wordt gepraat en dagelijks maak ik mee dat er meer naar mijn arm en mijn been wordt gekeken dan naar mij. Elke keer dat me dit gebeurt, voel ik pijn. Ik had de hoop dat dit zou slijten; dat het gefluister of de blikken me op een gegeven moment niet meer zouden kunnen raken, maar na tien jaar doet het nog evenveel zeer als de eerste blik of opmerking die ik mij herinner. Maar kun je dit mensen kwalijk nemen? Ook al doet het me pijn, ik neem het niemand kwalijk. Eerst maar eens naar jezelf kijken, denk ik dan.

Een jaar of twaalf geleden ging ik graag op het Doetinchemse Simonsplein zitten, op het zonovergoten terras van Fred & Douwe. Wijntje erbij, sigaretje erbij en samen met mijn vriendinnen kijken naar mensen. Oordeelden we, lachten we, lonkten we en fluisterden we. Op een of andere manier vonden we dat dat ‘oké was’. Vaak denk ik daar met heel erg veel schaamte aan terug, omdat ik toen echt niet verder keek dan mijn neus lang was. Nu ik aan de andere kant sta, voel ik pas hoe pijnlijk mijn oordelen, mijn gelach en mijn gefluister kunnen zijn geweest. Ik hoop je met mijn blog mee te geven daar voorzichtiger mee te zijn dan ik vroeger was.

Maar hoe is het aan die andere kant? Ik noem het maar ‘ingewikkeld’.  Ingewikkeld omdat ikzelf nog steeds maar moeilijk (lees: niet) kan accepteren dat mijn lijf, na de hersenbloeding die ik in 2006 doormaakte, nooit meer hetzelfde zal zijn. Ingewikkeld omdat ik vooral maar mijn best doe om dat niet aan mensen te laten zien. Ingewikkeld omdat mensen nu dus aan de buitenkant niet zien dat ik kwetsbaar ben op dit punt en ingewikkeld omdat ik over mezelf eigenlijk nog hetzelfde oordeel als ik twaalf jaar geleden (op het Doetinchemse Simonsplein , op het zonovergoten terras) deed over andere mensen. Ingewikkeld omdat de blikken en het gefluister mij confronteren met het feit dat er aan mijn lijf iets ‘anders’ is. En dat er aan mijn lijf iets ‘anders’ is, maakt me nog steeds boos, verdrietig en gefrustreerd.

De blikken in de supermarkt, op straat, wanneer ik met veel moeite de trappen bedwing op Arnhem CS, als ik een dansje probeer te maken, als ik door de gangen van de school loop: het went nooit. Net zoals het gefluister op exact dezelfde plekken. Nu kan het altijd erger: bij een pizzeria in Groenlo vragen of ze je pizza voor willen snijden (omdat ik dat met een hand maar moeilijk kan) of -recent nog-  in  een Doetinchems café vragen om een bakje water bij je spareribs in plaats van zo’n zakje met een vochtig doekje (omdat ik dit met een hand nauwelijks open kan krijgen) en dan keihard “dat kan niet” als antwoord krijgen, is pijnlijk. Wat zullen deze mensen tegen elkaar gezegd hebben in de keuken van het café en de pizzeria?

In alle hierboven genoemde gevallen had men kunnen volstaan met een simpele vraag aan mij: “Wat is er gebeurd?” of “Waarom vraag je dat?”. Uiteindelijk komen al deze zaken voort uit een soort kortzichtigheid of misschien wel voorzichtigheid. Durft men mij niet te benaderen? Een vreemde zal dat vast niet snel doen en dat begrijp ik. Maar soms gebeurt dat wel. Soms vraagt iemand me wat er aan de hand is met mijn arm. Geen gekonkel, geen gefluister achter mijn rug, maar een eerlijke vraag. Een eerlijke vraag die een eerlijk en geduldig antwoord verdient en krijgt. Gelukkig kan dát ook! Ik nodig jou graag uit om hetzelfde te doen. Weet alsjeblieft dat stiekeme blikken of gefluister achter mijn rug vele malen pijnlijker zijn dan de rechtstreekse vraag.

Tussen de regels door lees je ongetwijfeld dat ik zelf nog een hoop te leren heb wanneer het gaat over het accepteren van  mijn fysieke beperkingen. Dat is een heel, heel moeilijke weg die voelt als een strijd met mezelf. Een strijd waarvan ik niet weet of ik deze ooit ga winnen. Het zou me alleen zo ontzettend helpen als die blikken en het geklets achter mijn rug zouden stoppen. Zo wordt het weer ‘mijn proces’ waar ik zelf aan mag werken, zonder dat anderen bepalen wanneer ik daarmee aan de slag moet.

De tekst op het Pinterest-plaatje luide: “Life is not about the people who act true to your face. It’s about the people who remain true behind your back.” Ik realiseer me dat de tekst waarschijnlijk heel anders uitgelegd moet worden dan ik zojuist deed. Echter gaat het er wat mij betreft om wat iets (een tekst, een beeld, een lied etc) bij je losmaakt en dat was wat ik hier met je wilde delen.

Tegenwoordig zit ik nog steeds heel graag op het Doetinchemse Simonsplein, op een zonovergoten terras. Misschien zie je me daar wel! Voel je uitgenodigd te vragen in plaats van te kijken en te fluisteren. Ook als je me ziet bij het appelmoesschap, op Arnhem CS, als ik een dansje probeer te maken, als ik door de gangen van de school loop, als ik je vraag mijn pizza voor te snijden, als ik vraag om een bakje water voor de vingers en ook in alle andere situaties: durf te vragen. Het mag… graag zelfs!

Liefs,

Lau