0314 848080 info@gewoonlaurens.nl

8 augustus 2018 is alweer een maand geleden. Een maand zonder mijn mama, een maand vol pijn, verdriet, rouw, eenzaamheid en verbolgenheid. Ook een maand van mooi afscheid nemen, herinneringen koesteren, een nieuwe koers proberen te varen en een maand waarin ik heel hard probeer mijn leven opnieuw in te richten.

Gisteren, toen het een maand geleden was dat mama en ik elkaar los moesten laten, heb ik de halve dag alleen maar zitten huilen. Huilen, schreeuwen, krijsen… de wanhoop moet huizenver te horen zijn geweest. Ik hoop wat verdriet te laten ontsnappen door met jullie te delen.

Vandaag wil ik graag met jullie delen hoe deze eerste maand na het wegvallen van mijn soulmate, mijn klankbord, het puurste stuk van mijn hart, oftewel: mijn lieve, mooie mama is geweest.

“Alles goed?”
Soms krijg ik de indruk dat mensen het idee hebben dat je na een crematie of begrafenis weer redelijk snel ‘normaal’ kunt/ moet doen. Dat ‘het’ is afgesloten, dat je ‘er vrede mee hebt’, dat ‘het zo goed is’. Let wel: dat is de indruk die ik krijg. Een paar dagen na de crematie van mijn mama kreeg ik de vraag: “Alles goed?” Geen enkele twijfel over de goede bedoelingen van de vragensteller natuurlijk, maar uh… HALLO? ALLES GOED? WAT DENK JE GODNONDEJU ZELF? Mag ik zeggen dat het gewoon uitermate slecht gaat? Dat het elke dag een intense worsteling is om de dag door te komen? Dat ik bang word van mijn nachtmerries? Dat ik elke dag vecht om te kunnen functioneren? Dat ik zoveel zorgen heb om mijn papa, mijn man en mezelf? Dat ik het leven vreselijk zwaar vind? Dat ik elke dag verdrietig ben omdat mijn mama me niet kan knuffelen? MAG IK DAT ALSJEBLIEFT GEWOON ZEGGEN?

Van velen zou ik dat inderdaad mogen zeggen. Want natuurlijk probeert het gros van de mensen dat mij vraagt of het goed gaat, zijn of haar hand uit te steken. En die uitgestoken hand heb ik zo hard nodig! Toch wil ik je een tip geven. Een vraag als ‘Alles goed?’ is in deze situatie eigenlijk een veel te moeilijke vraag voor mij. Te abstract, te groot, te algemeen. Een vraag als: “ Hoe kom je de dag door?”, past eigenlijk beter bij mijn state of mind en is voor mij vele malen makkelijker te beantwoorden.

Steunen
Ik herinner mij nog goed de afsluitende woorden van de uitvaartverzorger tijdens de (intens liefdevolle en indrukwekkende) afscheidsdienst: “De familie heeft u de komende tijd nog heel hard nodig.” En dat is helemaal waar. Het verwarmt mijn hart als ik denk aan onze lieve vrienden, die bij Kelvin en mij betrokken blijven. Die belangstelling tonen, bij wie we kunnen ventileren en die zo mooi kunnen spreken over mijn mama en met ons delen hoe indrukwekkend ze de dienst vonden. Ook verwarmt het mijn hart als ik papa hoor vertellen over telefoongesprekken met de familie, met de bezoekjes van zijn broers, de compassie en betrokkenheid van zijn collega’s. Er wordt op ons gelet, aan ons gedacht en we worden uitgenodigd en uitgedaagd om onder de mensen te zijn.

Sinds ‘de dag van de diagnose’ op 6 december hebben we alle vier (mama, papa, Kelvin en ik) van zoveel mensen zoveel liefde ontvangen. Wat ben ik daar dankbaar voor. Intens, intens dankbaar. Wat hebben we veel uitgestoken handen gevoeld! Ik zeg bewust ‘gevoeld’, omdat ik de afgelopen negen maanden ook geleerd heb dat woorden eigenlijk he-le-maal niks zeggen. Betrokkenheid moet je voelen en doorleven. Dan pas krijgt het waarde. Het niet alleen zeggen, maar er juist naar handelen. Is dat een sneer naar de mensen die ik niet heb gevoeld? Naar de mensen door wie ik me de afgelopen maanden in de steek gelaten voel? De mensen die niet betrokken lijken te zijn?

Soms zou ik uit willen schreeuwen hoe teleurgesteld ik ben. Hoe erg ik het vind dat mijn mama zich in de laatste maanden van haar leven nog bezorgd heeft gemaakt om deze teleurstellingen. Mama die zelf teleurgesteld is door mensen, maar ook mama’s verdriet om de teleurstellingen die wij te verwerken kregen. Maar als mama iets niet had gewild, is het wel dat ik mijn energie stop in boosheid en rancune. Ik laat dat dus ook maar los, zodat er in mijn hart voldoende ruimte is voor verdriet en dankbaarheid. Voor liefde naar alle uitgestoken handen en zodat er ruimte is voor mezelf.

Je leest: veel gemixte gevoelens. Tijdens de afscheidsceremonie van mama las ik haar een brief voor. Die brief schreef ik twee dagen voor de crematie, terwijl ik naast mama zat. Dat maakte het voor mij makkelijk om een eerlijke brief te schrijven zonder beperkingen; recht uit mijn bloedend, bloedend hart. Ik schreef in deze brief “…dat ik eerlijkheid en openheid net zo wil belijden als mama dat deed. Dat ik trouw zal blijven aan mezelf.” Dat zijn grote woorden. Woorden die vragen om ‘anders handelen’. Niet participeren in onoprechtheden, boosheid en onechtheden, maar loyaal zijn aan mezelf en mijn dierbaren. Een belofte aan mama. Een belofte aan mijn mooie, lieve mama op wie ik zo trots ben. Ik kan mezelf steunen door simpelweg te doen wat ik mama gezegd heb. Fijn!

De eerste maand overleven
De afgelopen maand was dus ‘een maand van overleven’. De dag na de intense afscheidsceremonie viel ik in een diep zwart gat. Leeg. Heel leeg. Meer dan leegte ervoer ik niet. Ik had behoefte om over mijn mama te praten, behoefte om te horen wat men van de dienst vond en ik voelde een verlangen naar troost, hoewel ik niet verdrietig was. Dit alles hield een paar dagen aan en ik had (en heb) steeds het gevoel dat ik maar niet op een rijtje krijg wat er de afgelopen tijd is gebeurd. Gebeurd met mama, gebeurd met papa, gebeurd met mijn lief en gebeurd met mij. Ik vul op Google extreem vaak zoektermen in als ‘rouw’ , ‘ verdergaan na verlies moeder’,  ‘fases van rouw’,  ‘rouwtaken’ en wat ik ook lees, niks helpt. Van mijn lieve, stoere nicht Valentine kreeg ik het advies om het boek Afscheid Nemen (van Riekje Boswijk-Hummel)te bestellen. Ik lees het in no time uit en ik merk dat de inhoud van dit boek maar kort beklijft; ik zou t niet kunnen navertellen. Blijkbaar past het nog niet in mijn hoofd.

Wat past er dan wel in mijn hoofd? Twee weken na mama’s overlijden ben ik aan een nieuwe baan begonnen. Ik zag er niet tegenop, maar ik was blij dat ik beschermd werd tegen het verzuipen in mijn verdriet. Ik kon me weer op mezelf focussen en dat had ik sinds die zesde december eigenlijk niet meer gedaan. Ik beloof mezelf plechtig om me niet volledig op mijn werk te storten, maar om ook tijd en ruimte te reserveren voor mijn verdriet. Dat werkte een week of twee echt prima.
Op mijn werk ervoer ik een vreemd soort rust. Nu pas merkte ik hoe ik de afgelopen negen maanden 24/7 bang en alert ben geweest. Bang voor een telefoontje en me overal en altijd afvragend hoe het met mama gaat. Dat ik nu kan werken zonder me af te hoeven vragen of mama nog oké is, geeft bijna een vreemd soort rust en die rust vertaalt zich weer in een hoger energielevel. Papa is ook weer aan het werk en hij probeert thuis, tussen het verdriet door, de draad op te pakken. Ik ben opgelucht en trots! Wat doet mijn papa het goed!

Kelvin en ik gaan regelmatig naar papa toe en ik voel hoe sterk we als drietal zijn. In het huis van mijn ouders ademt alles nog ‘mama’. Dat voelt fijn, haar zachte hand zit in alles wat er staat en ligt. Ik voel me dichtbij haar als ik in haar werkkamer zit, ik voel me aangeraakt als ik haar geur ruik en ik voel me gezegend als ik bedenk hoe ik in dit huis, met twee meer dan ge-wel-di-ge ouders mocht opgroeien. Ik mis haar, maar ik voel ook dat ze blij is dat ik er ben. En dat laatste gevoel was bij mij de laatste weken van mama’s leven nog wel eens zoek. Ik ben dankbaar. Dankbaar dat mijn mama haar warme hart in het ouderlijk huis achter heeft willen laten,

Afgelopen week
En toen kwam deze week. Een mooie, enerverende en ook pijnlijke week. Ik heb deze week voor het eerst na mijn hersenbloeding weer gefietst. Samen met papa ben ik naar een specialist in aangepaste fietsen gegaan. Ik kon zelfstandig fietsen! Een jaar geleden was een aangepaste driewielfiets voor mij een emotionele brug te ver, maar nu is dat anders. Ik heb mama een aantal maanden geleden gezegd dat ik over die brug heen wil. Afgelopen donderdag deed ik dat ook. Papa is trots en filmt mijn fietstochtje op de parkeerplaats. Ik geniet, verbaas mezelf en word verdrietig. Verdrietig dat ik dit niet aan mama kan laten zien. Had ik dit maar eerder gedaan, zodat ik dit nog aan mama kon laten zien! Ook voel ik me trots op mezelf. Dit had ik mama gezegd te zullen doen en ik heb woord gehouden. Dat ik zo zeker weet dat mama apetrots op me is, vervult me met vreugde. Ik aarzel dan ook geen moment: we bestellen de fiets! Een dag eerder haalde ik samen met Kelvin ook de nachtspalk voor mijn linker hand op, zodat ik overdag hopelijk met minder klachten in de arm kan functioneren. Weer een drempel over! Blijheid heerst, maar ook voel ik nu het gemis heel hard. Dit moois kan ik niet meer delen met de vrouw die ‘de wereld’ voor me is.

Kelvin en ik hebben het deze week zwaar met elkaar te stellen. Boosheid, frustratie, irritatie, teleurstellingen; alles passeert de revue. We zitten allebei vol met dezelfde gevoelens en we kunnen er beiden even niet mee omgaan. Dat botst. Wat best bijzonder is, want wij botsen eigenlijk nooit. Gelukkig durven we allebei te staan voor wat we voelen en te gaan staan voor elkaar. Wat zijn we sterk, maar wat hebben we samen een hoop waar we nog doorheen moeten. We zijn door de heftige laatste negen maanden dichter bij ons gevoel gekomen dan ooit en het lijkt wel alsof alles nu stroomt. Niks blijft meer onbesproken, alles mag er zijn en we denken beiden dat dit goed is! “Waar het stroomt, is leven!”

Toch mis ik ook hierin mijn mama. Mama met wie we waarschijnlijk samen onze issues besproken zouden hebben en mama die waarschijnlijk tegen ons gezegd zou hebben: “Luister naar wat je hart zegt.” Gelukkig weten we allebei al lang wat mama’s wijze woorden zouden zijn geweest. Wat voelt dat verbonden!

Zaterdag 8 september… een maand later.
Vandaag huil ik. Krijs en schreeuw ik. Ik deel met Kelvin en we huilen samen. Wat pijnlijk mooi. Pijnlijk omdat het zo verdrietig is, maar mooi dat we dit doen: mama zou zien hoe we elkaar sterken. Ze zou zien hoe goed er voor haar kind gezorgd wordt, ze zou zien dat ik niet zo eenzaam ben als ik me vaak voel. En ik hoop dat ze ziet dat al deze tranen en frustraties en al het gekrijs en geschreeuw er zijn omdat ze recht doen aan haar. Elke traan laat zien hoe belangrijk mama nog elke dag is, elke schreeuw laat horen dat ik sta voor het mens dat zij me gemaakt heeft en elke krijs zal hoorbaar maken hoe diep mama in mijn hele wezen zit. Daar hoort ze ook en dat mag iedereen weten.

Bedankt
Ik wil jou als lezer graag bedanken. Het gegeven dat je bij deze zin bent aangekomen, zegt me dat je geïnteresseerd bent in mijn mama, mijn papa, mijn lief en mij. Dat sterkt en helpt! Net als alle mooie kaarten die we mochten (en gelukkig nog steeds mógen) ontvangen. Evenals de lieve appjes, de vele telefoontjes, de bezoekjes, de uitgestoken handen en alle andere gebaren van liefde en oprechte betrokkenheid. Ik herhaal nogmaals de woorden die de uitvaartverzorger sprak aan het einde van de dienst: “De familie heeft u de komende tijd nog heel hard nodig.

Het is vaak zo moeilijk om aan te geven wát er dan precies heel hard nodig is. Als mensen ons zeggen “dat we het mogen laten weten als ze iets voor ons kunnen doen”, weet ik niet wat ik moet antwoorden. We weten simpelweg zelf niet wat we nodig hebben. Wees alsjeblieft creatief. Nodig uit, kom langs, toon je betrokkenheid, doe iets concreets, maar vraag alsjeblieft eventjes niet aan ons om dat zelf te verzinnen; die open vraag is gewoon te moeilijk. Maar een ding weet ik zeker:

We hebben jullie heel hard nodig !!!

Liefs,

Laurens