0314 848080 info@gewoonlaurens.nl

Ik voel me de laatste dagen afschuwelijk. Het verdriet heeft zich haast letterlijk vastgezet in mijn keel, maar toch huil ik niet. Alle spieren aan mijn zwakke linkerkant staan al weken op spanning en de donkere wolken in mijn hoofd pakken zich steeds vaker samen. In mijn hoofd onweert het als op een benauwde zomeravond. Ik ben somber. Soms zelfs ietwat depressief.

Nu heb ik elk jaar,wanneer de winter echt lijkt te beginnen, somberheidsklachten; dat is niets nieuws voor me. Maar dit jaar is het anders. Op dit moment in het jaar herinnert alles mij nú aan het kantelpunt in mijn leven; aan het moment dat niets meer hetzelfde zal zijn en aan de enorme heftigheid die vandaag een jaar geleden nog iets leek wat anderen overkomt, maar niet ons. Wat was ik naïef.

Afgelopen weekend was het exact een jaar geleden dat ik het laatste weekend had met een mama die nog gezond leek te zijn. Met een stralende, lieve mama die nu al drie maanden niet meer leeft. On-ge-loof-lijk dat er vorig jaar op dit moment nog niets aan de hand leek, terwijl ik nu al ruim drie maanden in de verleden tijd over mijn moeder moet spreken.

Ik herbeleef op dit moment alles van 365 dagen geleden weer opnieuw. De laatste ‘gezonde momenten’. Wat straks vast een prachtige herinnering is, voelt nu als een wond die zo hard open wordt gerukt, dat de pijn ondraaglijk is; als een overdosis pijn en verdriet.

Gisteren probeerde ik mijn moeder een brief te schrijven. Dat lukte me niet. Ik besloot wat toetsen en verslagen na te gaan kijken: dat lukte me niet. Ik kon niets meer uit mijn handen krijgen, geen stap verzetten. De hele dag hing ik als verdoofd op de bank. Waar ik het ‘s morgens nog kon opbrengen om samen met een collega naar een voetbalwedstrijd van leerlingen te gaan kijken, kon ik nu de wandeling van de bank naar de eethoek niet meer maken. Ik ben (even) stuk.

Vandaag heb ik gewerkt. Zeven lesuren waarbij ik slecht in mijn energie zat. Er was slechts één les waar ik even uit mijn verdrietige hoofd kon stappen. Vijftig hele minuten, meer zat er vandaag niet in. Nu hang ik weer droevig op de bank, starend naar een prachtige foto die naast de televisie staat. Een foto van mij en mijn prachtige, prachtige mama.

In mijn sombere stemming mailde ik mijn psycholoog. Ik vroeg haar om advies, omdat ik zo bang ben dat ik de controle over mijn stemmingen verlies; dat ik het rouwen niet meer kan doseren. Zij gaf mij het advies mijn gevoelens van me af te schrijven en ik kies er heel bewust voor dit te delen met jullie. Rouw = rauw. Dat is niets om je voor te schamen. Mijn gevoelens zijn echt, ze mogen er zijn en ze mogen ook gezien en gehoord worden.

Dat kan ik het beste laten zien en horen door te schrijven aan mijn mama; mijn zielemaatje. Ik deel met jullie een stuk van een open brief aan mijn mama, omdat dit het eerlijkste kijkje in mijn ziel geeft. Ik zeg ‘een stuk’, omdat ik de brief maar niet af krijg. Voel je geen voyeur, maar probeer voor jezelf iets uit mijn brief aan mijn mama te halen.

Lieve, mooie mama,

Waar alle kinderharten zaterdag vol verwachting klopten, huilde het mijne. Mijn hart schreeuwde op deze dag extra hard om jou. Vorig jaar op deze dag kreeg ik van jou voor het allerlaatst een foto geappt. “Ze zijn er weer”, appte je mij met een foto van de Sinterklaasintocht. En ook afgelopen zaterdag ‘zijn ze er weer’. En jij…jij bent er níet meer.

Ik zit op de bank, kijk naar de prachtige foto van ons twee die (met dank aan Esther) pronkt naast de televisie. Links en rechts van de tv staan spulletjes van jou: cadeautjes van jou aan ons, uiltjes, cadeautjes van ons aan jou en nog meer wat ons herinnert aan jou. Kelvin zei gisteren: “Wat fijn dat jouw mama weer naast de tv staat!” En fijn, dat is het ook. Meestal. Vandaag niet. Vandaag doet de blik naar de tv me sidderen. De foto die Kelvin bedoelt, is gemaakt in jullie achtertuin. Mijn rechterarm beschermend om je hoofd, jouw beide handen op mijn rechterarm; we zijn verbonden. Ik vind je zo mooi. Ik zie dat ik zo trots ben. Trots op jou.

Deze foto had jij zelf uitgeprint en in een lijst gedaan. Op jouw kantoor vond ik deze fotolijst. Je was zelf ook zo trots op deze mooie foto van ons. Het voelt fijn dat je deze foto zelf hebt afgedrukt en in een lijst hebt gedaan. Ik weet daardoor zeker dat ook jij vindt dat dit beeld gezien mag worden.

Kijken naar de foto confronteert me met zoveel moois en met zoveel pijnlijks. Deze foto kunnen we nooit meer opnieuw maken. Op deze foto heb ik mijn haar nog en daardoor voelt het bijna alsof ik het niet ben en dat laat me (ook nu ik dit schrijf) huilen. Op deze foto stralen we en dat maakt me blij. Op deze foto sta ik letterlijk achter jou, en achter jou staan heb ik in figuurlijke zin altijd gedaan. Altijd. Nu nog.

Nooit meer kan ik je zachte huid voelen, of je liefdevolle armen die mij koesteren. Nooit zal ik meer die mooie blik in je ogen zien en nooit meer zal ik me zo geliefd, gewaardeerd en gekoesterd voelen als door jou. Een pijnlijk mooie foto dus, daar naast onze tv.

Terug naar een jaar geleden. Toen je me appte dat Sinterklaas en zijn Pieten weer in het land zijn. Je appte ook: “Zoveel zin in morgen!” De zondag dat we met zijn viertjes zouden gaan brunchen bij Met Liefde om te vieren dat je Kelvins getuige mocht zijn op ons huwelijk. Wat was je verbaasd, trots en vereerd. En wat doet het me pijn om daaraan terug te denken. Die brunch was het laatste wat we met elkaar deden voordat de zorgen om jou bij mij begonnen. Dit was voor mij de laatste dag van ons ‘normale’ leven.

Ik kan nog steeds niet echt bevatten wat er toen allemaal gebeurde. Ik voel elke dag weer even mijn bezorgdheid van vorig jaar. Je was een beetje ziek en dat voelde zo anders dan anders. Ik zie je nog zitten naast mij op de bank. Praten ging je ineens moeilijk af. Je probeerde dat te verbloemen door vaak “ja” te zeggen en te lachen. Meer kon je op dat moment niet ‘zeggen’. En ik probeerde te doen alsof ik dat niet door had; ik wilde je niet bang maken. Ik hoopte maar dat het weer over zou gaan, maar diep van binnen was ik doodsbang. Net zo bang als ik vroeger was, wanneer je met migraine naar bed ging.

Een dag later leek het wat beter te gaan. Je kon weer beter praten, hoewel niet alle woorden even makkelijk de weg van je hoofd naar buiten vonden. Het ging beter en dat stelde me een beetje gerust. Toch wilde ik dat je naar de dokter ging;

Hier eindigde ik. Ik merkte dat ik niet meer verder kon gaan met mijn brief. Het werd te pijnlijk. Elke letter die ik schreef, verwijderde ik weer. Ik kon niet nog dieper in het verhaal duiken omdat ik bang was voor wat ik dan zou gaan voelen.

Bang dat het gevoel zo heftig is, dat ik erin verzuip. En dat is nou precies wat ik zo graag voorkomen wil. Ik heb het nu al zo onwijs moeilijk om wat ik voel te verhapstukken, dat er niet nog meer bij kan; ik loop bijna over.

Hoe ga ik dat doen? Overeind blijven en rouwen? Ik focus me op mijn nieuwe baan, mijn geweldige echtgenoot en mijn evenzo geweldige papa. Diezelfde echtgenoot en papa hebben ook hun eigen verdriet en hun eigen proces en daar wil ik niet ook nog ‘zorgen om mij’ bij neerleggen.

Ik ventileer nu bij jullie: de lezers van mijn blog. Maar bij wie ventileren Kelvin en papa eigenlijk? Wie luistert er naar hun gevoelens? Aan wie kunnen zij vertellen wie Gerrie Heuzinkveld voor hen was?

Bij mij kan dat vaak niet, omdat ik zelf al overloop. Ik heb het nog nodig dat er voor me wordt gezorgd, dat er op me wordt gepast. Dat ik opgeraapt word als ik weer eens instort. En in deze tijd van het jaar vrees ik dat ik behoorlijk vaak opgeraapt moet worden. Onder mijn lezers zitten vast mensen die er wél voor papa en Kelvin zijn. I love you guys!

Om niet te verzuipen, ga ik schrijven. Net als nu. Ik schrijf van me af en ik voel dat ik de lucht weer makkelijker in mijn longen krijg. Ik voel mijn spieren ontspannen en ik stuur een handkus naar de vertederende foto naast onze televisie.

En jij leest dit.

Misschien neem je zelfs de moeite om te reageren op dit lange verhaal. Weet alsjeblieft dat ik van elke mooie reactie weer meer lucht en ontspanning krijg; dat alle steun het samengepakte dek van donkere wolken weer uit elkaar drijft. Weet dat me dat sterkt en weet dat ik dat zo intens waardeer.

Afgelopen week viel er een verlate condoleancekaart op de deurmat. De afzender was eigenlijk bang dat de kaart te laat kwam en ze durfde de kaart nauwelijks op te sturen. Gelukkig deed ze dat wel. Juist nu, in deze voor mij oh zo moeilijke tijd.

Ook al ben ik kwetsbaar, mijn hart staat (nog steeds) wagenwijd open. Ook al kan ik momenteel niet zo goed zenden, ontvangen gaat me nog goed af. Wees niet bang dat je me niet naar mij en mijn mama kunt vragen. Wees niet bang om alsnog (of alweer) dat kaartje of berichtje te sturen, wees niet bang om me uit te nodigen, wees niet bang om me gewoon even vast te houden. Wees alsjeblieft niet bang … weet dat ik je juist nu zo vreselijk hard nodig heb. De echte angsthaas ben ik nog altijd zelf. Bang dat iedereen denkt dat alles nu wel weer goed met me gaat.

Alle liefs,

Lau